't regent 't regent de pannetjes worden nat
Dinsdag zou het pijpenstelen regenen….er zou geen ontkomen aan zijn. Dus wekker op half 10 en lekker doorronken tot het ochtendgloren. Wat schetst onze verbazing de volgende ochtend…de zon schijnt! Gelukkig waren we iets eerder wakker geworden dus konden toch nog redelijk op tijd op pad. Er stond nog steeds onweer op het weather pro-gramma en ook Bergfex beloofde lekker veel regen. Het leek ons dus verstandig om niet al te ver te gaan. Een wandeling vanuit het dorp leek ons wel wat. Uiteraard moesten we ieder bankje onderweg even uitproberen. Lekker toch zo zorgeloos de Oostenrijkse almen bewandelen? Terug in onze hotelkamer eten we crackers en noten en vluchten met een boek op ons terras tot het dan eindelijk begint te gieten. ’s Middags doen we een rondje wellness (hier wellnaaktness in tegenstelling tot Italië waar je in je badpak lees: plakpak de sauna in moet bah). Nu maar duimen dat de voorspelling morgen weer niet uit komt, want ook morgen staat een regendag gepland.
Dan is het al weer avond en schuiven we aan tafel.
Naast mij zit een zware Oostenrijker diep gebogen boven zijn bord salade. Zijn rode neus raakt bijna de groene veldsla aan. Zijn kaken malen als een cementmolen. Schuin tegenover hem zit zijn bedeesde vrouw met een zuinig mondje. Haar ogen schieten zenuwachtig heen en weer.De enige conversatie die zij voeren is het laten klinken van de grote bierglazen.
Tegenover mij zitten twee alleenreizenden. Een wat oudere charmante vrouw van in de 60 die zelfverzekerd om zich heen kijkt. Een grote fles rode wijn prijkt op haar tafeltje en ze geniet zichtbaar van de maaltijd. De man naast haar is ook alleen. De hoogbejaarde man heeft zijn blik steevast op zijn bord gericht. Hij voelt zich niet zo op zijn gemak alleen. Zijn bierglas is zijn houvast. Maar deze oude baas heeft niet meer zo'n sterke blaas. Na elke gang schuifelt hij richting het toilet. Bovendien is hij gevallen deze vakantie. Twee grote pleisters ontsieren zijn kalende hoofd.Verderop zit een echtpaar met volwassen zoon. De zoon praat net iets te hard. Het zijn Nederlanders.Erg sportief gezien hun tanige lijven en zware bergschoenen. Achter mij zit een gezin. De man en de jongste dochter zijn als twee druppels water. Ze dragen dezelfde bril met zwart montuur met daarachter kleine ronde ogen die ondeugend de wereld inkijken. De serveersters lopen in Dirndl jurkjes rond waar de borsten bijna uitvallen….net als de ogen van Martijn overigens. Je kunt je omgeving bekijken zonder oordeel, maar zodra je deze wilt beschrijven ontkom je er niet aan, anders wordt het wel een erg saai verhaal. Hoe zouden de anderen gasten ons beschrijven?
Oostenrijk! Gaschurn
Zondag zijn we naar Oostenrijk gereden over de Brennerpas. We zijn 40 euro armer vanwege alle tolheffingen maar waren wel binnen 5 uur in Gaschurn zodat we de hele middag nog konden relaxen bij het zwembad. Tegen de avond hebben we een klein rondje gemaakt door het dorp. Even een kapelletje in en langs de rivier spazieren. Het dorp is erg mooi, met die typische donkerbruine houten huizen met bloembakken vol kleurige bloemen aan elk raam. Verder telt het dorp meer kerken dan inwoners en nog meer sportzaken.
’s Avonds worden we volgestopt met eten. We tellen wel 6 gangen! Elke dag kun je je maaltijd eindigen met een bordje verschillende kazen. Dit moest ik maar niet elke dag doen. Toen we ons heerlijk gesetteld hadden in de hotelkamer vond iemand het nodig om het EK voetbal te kijken met het geluid op 10. Waarom?
Maar dan is het maandag en tijd voor weer wat actiefs. We pakken de seilbahn in het dorp naar het bovenste station. Vlak voor we het station binnen rollen zien we twee abseilers de berg afrennen. Dat is een mooi gezicht zo vanuit de cabine. Ze glijden zo richting het dal. Je moet het maar durven.
Als we uitstappen vergapen we ons weer aan de overweldigende natuur. Het lijkt wel of we in een ansichtkaart zijn beland. Wederom bergketens zover het oog reikt.
We besluiten terug te lopen naar het middelstation. Dit is een afdaling van 540 meter over 3 km. Heel ellendig voor de knieën maar een genot voor de conditie. Het eerste stuk gaat over een breed pad, maar het laatste deel voert over een smal paadje door bergweiden en bos. Zodra we bij het mittelstation zijn pakken we de lift weer naar boven want daar was het mooiste uitzicht en een heerlijk terras. We nemen er flink de tijd voor. Pas halverwege de middag keren we terug naar het dorp waar we ons vakantiegeld verbrassen in de sportshops. Tijdens het avondeten begint het te regenen en dat houdt nu al uren aan. Komen we misschien toch nog toe aan series kijken op de laptop morgen?
Passo del Tonale
Als jullie er nog zin in hebben dan volgt hier het verslag van onze laatste dag in Italie.
De dag waarop we een beetje cultuur zouden snuiven. Ik hoop dat pizza eten daaronder valt want anders val ik door de mand. We nemen de gondelbaan uit 2004 en dat is te merken ook. Wat een gammel dingetje. Hij brengt ons wel keurig halverwege de berg op zo’n 2580 meter. Als we uitstappen zijn we al ruim boven de boomgrens. We voelen ons nietig vooral nu het zicht rondom kraakhelder is. De lucht is strakblauw met hier en daar een enkel pluisje wit. Een klein turquoise-blauw gletsjermeer vormt een leuke afleiding voor de honden. Het lijkt mij vrij koud, maar de dieren hebben er maling aan en springen het water in alsof het de middellandse zee is. Dan klauteren we naar het stukje cultuur zo hoog boven op de berg. Een diepe grot met daarin een expositie ter nagedachtenis aan de witte oorlog. Ik stap 1 meter de berg in en krijg gelijk claustrofobie. Veel plezier Martijn. Doe jij straks even verslag aan Johan?
Martijn: “Ik was blij dat er een Duitse vertaling was. De soldaten hebben het duidelijk slecht gehad. De meesten gingen niet dood aan de gevolgen van de oorlog maar aan de barre omstandigheden. Het was een donkere tunnel met geluidseffecten en er werden wat oorlogszaken tentoongesteld.”
Oké, jammer dat ik dat allemaal moest missen.
De volgende gondel brengt ons tot boven de 3000 meter en daar wacht ons zo’n fantastisch mooi panorama over de gletsjers dat we er stil van zijn. Ik ben ook gelijk over mijn teleurstelling heen dat ik de tentoonstelling moest missen ;-)
Op het tussenstation doen we nog een wandeling om een gletsjermeer. Dit voelt als echt bergwandelen. We klauteren over rotsen en stenen en vergapen ons aan de uitgestrektheid en woeste leegheid van het landschap. De zon brand fel en de lucht is ijl. Wat gaaf om hier te zijn.
Na dit heerlijke avontuur trakteren we ons op de terugweg bij een leuk restaurantje op een pizza. Zalig met een krokant korstje en salamina. Even Italie proeven op onze laatste dag hier.
Morgen vertrekken we naar Oostenrijk.
Chiesa St. Lucia
Helemaal uitgeteld lig ik op bed. Wat een kuitenpikker vandaag. We wilden onze vriend Giovanni niet teleurstellen en zouden vandaag naar de Passo del Tonale voor een culturele dag, maar het weer was vandaag een stuk minder voor die omgeving. Sorry Johan je zult even moeten wachten op een verslag over het oorlogsmuseum. We hebben voor vandaag besloten om in de buurt van Cogolo te blijven en een wandeling te maken naar Chiesa Santa Lucia. Een klein kerkje op een heuveltop een dorp verderop. Ook vandaag zou de temperatuur weer ruim boven de 20 graden uitstijgen dus een beetje bewolking af en toe was wel aangenaam. Zeker toen we via het bos gelijk steil omhoog werden geleid via een smal begroeid bospad. Tijdens het gestage geklim waren Martijn en ik natuurlijk vrij stil. Als ik stop om op adem te komen zie ik vlak voor ons een klein hertje het pad oversteken. We sluipen voorzichtig dichterbij en zien dan het kleine hertje met moederhert grazen in het weitje onder ons. Ze zijn zich totaal niet bewust van onze aanwezigheid, zo leuk!
Het graspad waar wij op lopen staat vol met bloemen en ik maak een paar leuke foto’s voor Instagram. Het is een mooie wandeling, maar toch ook weer pittig hoor, want we blijven maar stijgen. Na een uur zijn we eindelijk bij de kerk beland. Vanaf de kleine begraafplaats naast de kerk kun je prachtig het dal in kijken naar beide kanten. Er staat een bankje voor ons klaar om uit te rusten. Hèhè! De weg terug duurt anderhalf uur, maar gaat voornamelijk naar beneden.
Onderweg zien we nog een hertje vrij ver beneden ons grazen. Het blijft toch leuk om wild te spotten.
De hele week hebben we nog geen enkele keer geluncht, behalve wat crackers en rauwe noten van thuis, maar vandaag hebben we wel een kaasplankje en een spaghetti arrabiata verdiend op het terras. Biertjes erbij en bijkomen.
Omdat de middag nog niet om is besluiten we naar Ossana te rijden en daar de botanische tuinen te bezichtigen. Volgens de beschrijving is het een pleasant walk vanaf het St. Michael castle. Maar ook deze route over super smalle bospaadjes gaat hemelwaarts. Ik heb trillende benen van vermoeidheid. Pffff en dan ook nog tot de ontdekking komen dat bovenop die berg geen tuin te bekennen is. Slechts een bergweg met om de 100 meter een uitvergrote plantenbak met een bordje erbij en een nummer en een plantennaam in het latijn of italiaans ik ken het verschil niet. Ik had mij zo verheugd op de botanische tuinen die jullie ook allemaal wel kennen. Gewoon makkelijke wandelpaden met links en rechts exotische planten hier en daar een bruggetje of een kunstmatig aangelegd watervalletje. Gewoon lekker truttig. Als het dan ook nog begint te spetteren is het tijd om te vertrekken. Voor ons geen botanisch bospad meer. We pakken dit keer de brede onverharde weg het dorp in en zijn binnen mum van tijd bij de auto. Uiteindelijk staat er 11 km wandelen vandaag op de teller. Mijn benen vinden het wel welletjes.
Het was in ieder geval wel weer een super gave dag!
Refugio Orso Bruno en Rafting the Noce river
De benen willen rust. En dat krijgen ze vandaag….denken we. Het hotel biedt een gratis excursie pakket aan waar je je voor in kunt schrijven en vandaag doen we een keer mee. We stappen in het busje van het hotel dat ons naar de plaats van bestemming brengt. Eerst een stukje rijden en dan met twee gondels naar ruim 2000 meter hoogte. De groep bestaat uit louter italianen die druk om ons heen kwetteren. Best gezellig voor een keer. Een enkeling spreekt engels en tijdens de tocht naar boven kletsen we wat over vakantiebestemmingen. Met sommigen is het het bekende handen en voeten werk en ik probeer wat Franse en Spaanse woorden te veritaliaansen. Dat lukt soms, maar meestal niet. Het is wederom een zonnige dag met temperaturen richting de 30 graden. Dat betekent vrij zicht rondom. Een tikje heiig maar wat een onbeschrijflijk mooi beeld als we met de gondel steeds hoger komen. Een panorama van 360 graden met die typische grillige bergtoppen van de Dolomieten. De Brenta, Cevedale, Madonna di Campiglio… we worden er stil van. Als ik het goed begrepen heb was er ooit een zee waar nu deze grillige pieken verrijzen. Dat verklaart het bijzondere gesteente. De refugio, Orso Bruno (bruine beer) is vanaf het eindstation alleen per voet te bereiken dus klimmen we nog een half uur naar boven. Elke halve meter stoppend om te fotograferen en te filmen. Wat een schoonheid! Op de top is het uitzicht nog spectaculairder. Helaas moeten we na niet al te lange tijd weer afdalen want de liften pauzeren hier tussen half 1 en 2 en vanmiddag moeten we natuurlijk weer op tijd terug zijn voor het grote raftng avontuur van Martijn. Ik heb ooit al eens geraft in de verenigde staten of Canada….ik weet het niet eens meer. Ik weet wel dat het super gaaf was om te doen. Martijn mag zelf verslag doen van zijn duik in de rivier de Noce.
Ik heb vanmiddag even in de tuin gezeten maar de zon is zo fel dat ik de factor 50 zonnebrandcrème die ik op heb niet eens vertrouw. De man van de apotheek heeft ons deze, niet letterlijk gelukkig, aangesmeerd. Hij hield van de week een enorm lang verhaal met een hele slome nasale stem waar geen eind aan kwam. Ik denk dat hij wel 10 minuten heeft gepraat over die ene fles. Hij wilde ons drie flessen aansmeren, maar wij wilden gewoon d’r in en d’r uut en op pad. Hij wees ons op de gevaren en dat 1 fles toch echt niet genoeg was want we moesten om de twee uur smeren. Nou dat wilde ik zeker ‘um smeren’. “Jamaar je kunt zoveel korting krijgen” bleef hij maar doorzagen. Man als je nog langer doorlult is de zon onder en hebben we überhaupt geen zonnebrandcrème meer nodig. Toch maar met de botte bijl het gesprek afgekapt. Hij vroeg er zelf om.
Na een uurtje relaxen is het weer tijd voor wat actie dus wandelschoenen aan en de berg af het dorp in. Nog even in die typische toeristen shops gekeken. Zal ik wat truttig Zuid Tiroler houtsnijwerk meenemen voor mijn ouders? Of zo’n leuk geborduurd kleedje voor op tafel. Grijns, nee dat doe ik ze maar niet aan. Gelukkig is er ook nog een plaatselijke Henri Bloem waar ik twee flessen wijn score uit de Trentino regio. Mijn portemonnaie lichter, maar mijn rugtas behoorlijk zwaarder ploeter ik de berg weer op. Jammer Martijn is er nog niet. Ik ben zo benieuwd naar zijn verhaal. Jullie vast ook….nou hier komt ie dan:
Mijn verhalen zijn nooit spannend. Maar het raften was erg leuk! Het was de familie vriendelijke versie van tien kilometer, maar daarom misschien maar iets minder spectaculair. En lekker veel water in de rivier. En ook nog erg lekker weer om dit te doen! Drie kilometer lang was het nog een beetje spelevaren en daarna werd het lekker ruig. Ik dacht altijd dat een wetsuit je droog zou houden, mooi niet dus! En een bergrivier is koud… De gids / kapitein was enthousiast en elke 3 minuten waren we aan het ‘celebraten !!’ dat we weer een golfje overleefd hadden.
Al met al een aanrader voor een ieder die de kans een keer krijgt.
Val di Rabbi
Deze site ligt er af en toe uit dus het is een beetje behelpen, maar hier is ie dan ons volgende blog.
Bedankt voor al jullie leuke reacties!
Onze vrienden Timo en Karin zijn op dit moment ook op vakantie in de alpen en elke dag hebben we even een chat uurtje om foto’s uit te wisselen en stoere verhalen te vertellen. Wie piest het verst en wie klimt de hoogste berg op. Elke avond roep ik, ik kan wel een gnoe op, zo ook dit keer…waarop we vanaf dat moment alles wat we naar elkaar appen vergnoeten. Natuurlijk heeft het geen zin om dit na te vertellen, maar we hadden op het laatst wel alle vier de slappe lach. Non de gnoe wat melig. We mogen pas om half 8 aan tafel (gnoetver) dus drinken we eerst een biertje. Ik ga voor een radler, staat gelijk aan 2 boterhammen. Martijn corrigeert me gelijk want volgens hem zijn dat zeker twee krentenbollen met al die suiker toegevoegd en hij kiest een donker bier uit Pejo.
En dan is het alweer woensdag dus tijd voor een wat relaxtere wandeling. We rijden naar Val di Rabbi, zo’n half uur rijden vanaf Pejo. We moeten volgens de beschrijving naar parking Covel rijden en al gauw bevinden we ons op een dusdanig smalle weg dat we gelijk terugdenken aan Corsica. We kronkelen door hele nauwe straatjes van een klein boeren dorpje en aansluitend langs afgronden steeds verder en hoger de vallei in. We bidden en duimen dat er geen tegenligger tegemoet komt, want passeren is vrijwel onmogelijk. Maar dan staan we ineens bij een enorme parking waar al tig auto’s geparkeerd staan.
We gaan naar de cascate di saènt. Een prachtige waterval aan het eind van de vallei. Het is een flinke klim, maar wederom prachtig. Er zijn hier wel veel meer toeristen, maar het stoort ons niet. Overal zie je mensen picknicken langs de snel stromende rivier. We nemen lekker de tijd en snuiven de berglucht in. Dit is zoals we vakantie het liefst vieren. Midden in de natuur een klein beetje actie en lekker samen. Mijn schenen zijn aan het eind van de dag niet zo blij met al die forse wandelingen, maar ze mogen van mij niet zeuren. Ik giet er gewoon weer een radler in en bereid me voor op een ‘gala diner’ vanavond.
Vermiglio
Het is drie uur ’s nachts en ik ben klaar wakker. Een penetrante brandlucht dringt mijn neus binnen. We zitten helemaal bovenin het hotel op 4 hoog dus mijn vluchtinstinct treedt onmiddellijk in werking. Eerst maar even op onderzoek uit. Klik, licht aan en Martijn wakker. Gauw mijn brilletje op. Buiten is niets te zien. We hebben twee balkons maar er is geen brand te bekennen. Martijn is ogenschijnlijk rustig en verklaart dat er geen gevaar is omdat er rookmelders in het hotel hangen. Zouden ze wel getest zijn vraag ik me af, het blijven natuurlijk Italianen. Na wat gedrentel en voor me uit gestaard te hebben besluit ik maar weer te gaan slapen. Dan word ik wederom wakker en ga rechtop zitten. Mijn linkerarm hangt als een slappe worst vanaf mijn schouder naar beneden. Nee he. Helemaal doof, geen gevoel meer in. Rustig blijven en kneden tot die vreemde homp vlees weer onderdeel uitmaakt van mijn eigen lijf. Zucht….wat een nacht.
Het is half 3 ’s middags en ik zit op een ligbedje en kijk uit over een onvoorstelbaar mooi panoramisch landschap. Ik hoor het beekje kabbelen en zie de wolken steeds groter worden boven mijn hoofd. Vanmorgen zijn we vroeg vertrokken omdat het zou gaan regenen in de loop van de dag. Ondanks de slechte nacht lopen we toch vlot 7 km met wederom een hoogteverschil van 400 meter totaal. Er is geen mens te bekennen op een paar mountainbikers na. De dairy farm hoog in de bergen is verlaten. Een kwartier later als we weer afdalen naar de rivier horen we luid geklingel van bellen. Dan zien we de herder staan met zijn hond. Vlak achter hem grazen een plukje koeien en geiten. We maken wat foto’s en we roepen iets van ‘La bella et vita’…. mijn weinige italiaans dankzij een oorlogsfilm. Hij knikt minzaam en we vervolgen onze weg.
Als we terug bij de auto zijn besluiten we de kunstmatig aangelegde meertjes bij Vermiglio te bekijken. Het is een klein stukje rijden naar dit grappige park met uitzicht op de wit besneeuwde bergtoppen. Bij het skicentrum drinken we een bakje thee en een bakje pleur en lopen langs de meertjes. Dan zijn onze benen wel klaar met al dat gewandel. En nu zit ik dus hier bij het hotel met mijn laptopje en besef hoe goed we het hebben.
Peio 3000 en Lago Covel
Het eten in het hotel was gisteravond niet slecht, maar ook niet geweldig. We moeten weer wennen aan het gebruik van zoveel room en kaas.
Het is misschien erg om te zeggen, maar de afgelopen twee jaar zijn onze smaakpapillen duidelijk verwend met steeds beter eten. Ik ben zelf steeds beter gaan koken met veel biologische producten en gezondere keuzes. We spoelen het vette eten weg met zoveel mogelijk water. Oh ja, de apfelstrudel hebben we gewoon opgegeten. Het is per slot van rekening vakantie.
Maandagochtend aan het ontbijt plannen we de dag. Het wordt niet al te warm en de zon zal zich maar deels laten zien vandaag dus een wandeling moet lukken. Eerst gaan we gelijk maar de Peio-2000 en Peio-3000 kabelbanen gebruiken. Deze waren twee jaar geleden nog niet open en daar baalden we toen stevig van. De eerste cabinelift is klein voor maximaal 4 personen. In Peio Fonti schijnt de zon, maar al snel glijden we door de eerste wolken als ons kleine metalen huisje in beweging komt. Op 2000 meter stappen we uit en hebben de smaak te pakken. We rennen gelijk naar de grote kabelbaan die tot 3000 meter hoogte gaat. Iemand noemde deze enorme cabines tijdens de wintersport heel luguber ’doodskisten’ en daar moest ik vandaag weer even aan denken. Ze kunnen wel 100 personen tegelijk vervoeren. Je kunt niet zitten in de cabine dus ga ik gelijk vooraan staan bij het raam. Als de lift in beweging komt en de eerste hindernissen neemt, besef ik ineens dat ik enorme hoogtevrees heb. Maar ja ik sta wel op de mooiste plek. De cabine gaat vlak langs de bergwand met scherpe grillige geel-granieten rotsen. De hoogte is echt duizelingwekkend. Ik kijk voor mijn gevoel honderden meters de diepte in. Af en toe wordt ons zicht belemmerd door flarden wolken om ons daarna weer een blik in de hemel te bieden als de mist openbreekt. Bij het bovenste bergstation ligt nog volop sneeuw. We stappen uit en lopen allemaal wat onwennig naar buiten bang om uit te glijden om vervolgens honderden meters lager in een kom te verdwijnen. Dat is natuurlijk overdreven want als je valt dan lig je gewoon met je kont in de slush puppy sneeuw, maar toch lijkt die rand best dichtbij. Sommigen wagen zich wel naar de rand, maar Martijn en ik zijn ons leven nog lang niet moe en genieten gewoon van het grillige landschap waar niets meer groeit en waar rotsen en sneeuw afsteken tegen de blauwe lucht.
Dan is het weer tijd om af te dalen. We drinken een warm bakkie bij het middelstation en vanwege de vele bewolking besluiten we naar beneden te gaan. Er is een mooie wandeling vanuit Peio Paese naar Lago Covel. We rijden naar het bergdorp op 1584 meter en lopen dan via het dorpsplein zo de natuur in. We stijgen non stop en naar later blijkt in totaal 480 meter met links van ons in de diepte Cogolo en Peio Fonti. We lopen een klein stukje door het bos om uiteindelijk bij het kleine meertje Covel te belanden. De alpenweiden zijn bezaaid met bloemen en ook al schijnt de zon maar af en toe toch is deze wandeling fantastisch. De enorme waterval is al vanuit de verte te zien en bij de Dairy farm komt ineens een geitenherder met wel 100 geiten voorbij wandelen. Wat een gezelligheid. De wandeling van 7 km is goed te doen al is het dalen wel belastend voor je knieën. Ik zie een meisje voor mij de weg zigzaggend afdalen. Nou ja wat een goed idee! Met skiën heel normaal om zo af te dalen, maar met de benenwagen kan dat natuurlijk ook prima. Je loopt wat meer meters, maar je knieën zijn je dankbaar. Ook wordt er wel wat raar naar je gekeken. Maar dat kan ook komen door mijn warrige haar.
Om 4 uur duiken we samen de sauna in want de spieren kunnen wel wat ontspanning gebruiken.
Het was een topdag!